Grenzen aan de flexibiliteit van parttimers

Flexibel werken is een toverwoord geworden, niet alleen in de vorm van vele contractsoorten (tijdelijk, min-max, oproep, payrol enz.). Ook in werktijden wordt steeds meer flexibiliteit van mensen gevraagd. Wisselende roosters, wisselend aantal uren over maand, kwartaal of jaar, wisselende vrije dagen, (bijna) altijd oproepbaar en er zijn vast nog meer vormen bedacht. Ook parttime werken past vaak in dat rijtje. Parttimers hebben immers op papier meer vrije tijd en kunnen dus makkelijker ingezet worden als daar behoefte aan is?

Aan die laatste redenering is echter paal en perk gesteld door een belangrijke uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens (waarin de Commissie Gelijke Behandeling is opgegaan): aan parttimers mogen op het gebied van werktijden en inzetbaarheid niet dezelfde eisen worden gesteld als aan fulltimers. De juridische redenering is misschien wat ingewikkelder: de algemene regel is dat er geen sprake is van onderscheid in geval werknemers arbeidsvoorwaarden naar rato van hun contractuele arbeidsduur krijgen toebedeeld. Er is wèl sprake van onderscheid op grond van arbeidsduur als de arbeidsvoorwaarden niet naar rato van de arbeidsduur zijn toebedeeld. Concreet: als van een fulltimer wordt geist dat hij flexibel, d.w.z. zes dagen in de week, inzetbaar moet zijn en dus één vaste dag mag opgeven dat hij niet beschikbaar is dan mag diezefde eis niet aan een parttimer worden gesteld want er moet rekening gehouden worden met de afwijkende positie van een parttimer. De uitspraak is duidelijk: als aan een fulltimer (die vier en een halve dag werkt) wordt gevraagd om 6 dagen beschikbaar te zijn (d.w.z. anderhalve dag of 33% extra) dan mag dat van een parttimer alleen naar rato worden verwacht dus bij 18 uur werken 6 uur extra beschikbaar, in feite dus slechts 3 dagen inzetbaar.

De uitspraak is alweer 5 jaar oud (2011) maar wint door de steeds verder gaande flexibilisering steeds meer aan belang. De uitspraak gaat over 6 dagen inzetbaar zijn maar hij is in feite veel breder: logischerwijs zou je b.v. ook niet van een partimer kunnen eisen dat hij evenveel weekeinden werkt als een fulltimer!

Voor wie meer wil weten, de volledige zaak is hier te vinden.