Scholing in de Wet Werk en Zekerheid

De Wet Werk en Zekerheid introduceert, naast alle belangrijke wijzigingen in het ontslagrecht, een nieuw begrip: de scholingsplicht voor alle werknemers, jong en oud. De wet formuleert het als volgt: 'De werkgever stelt de werknemer in staat scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie en, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd, voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst indien de functie van de werknemer komt te vervallen of hij niet langer in staat is deze te vervullen’. Daarmee is scholing dus een recht van de werknemer. In de eerste plaats de scholing die nodig is om je huidige functie goed te kunnen vervullen. Mocht de huidige functie komen te vervallen dan heeft de werknemer daarnaast recht op scholing voor andere, wel beschikbare, functies ('voor zover redelijkerwijs van de werkgever kan worden verlangd'). Dit laatste geldt ook als de werknemer niet meer in staat is om zijn huidige functie te vervullen. Achtergrond van deze verplichting is dat duurzaam inzetbaar zijn een groot goed is, mede in het licht van het feit dat we langer zullen moeten doorwerken. Bijhouden en opdoen van kennis en ontwikkelen van vaardigheden dragen daar in belangrijke mate toe bij.

De wet bepaalt dat als de werkgever de werknemer wil ontslaan, hij moet nagaan of de werknemer met (extra) scholing en eventueel ouplacement in een andere, passende functie kan worden geplaatst. Onder bepaalde omstandigheden mag de werkgever deze kosten (deels) aftrekken van de transitievergoeding. Dat mag bijvoorbeeld als de werknemer daar zelf expliciet mee instemt. Maar het mag ook als de OR daarover afspraken maakt met de werkgever bij een belangrijke reorganisatie (bijvoorbeeld in een sociaal plan).

Of de werkgever voldoende heeft gedaan voor scholing van de werknemers is een wegingsfactor bij het UWV voor de toestemming tot ontslag. Te weinig scholing kan er dan toe leiden dat het UWV de ontslagvergunning weigert. Dit nieuwe artikel is een mooi handvat voor de OR!  Opleidingsbeleid is immers instemmingsplichtig. Ook bij de verplichte jaarlijks te verstrekken Sociale Informatie (WOR art. 31b) dient dit onderwerp behandeld te worden. Bij de bespreking van de begroting kan de OR eveneens wijzen op het belang van scholing.